DERDE
FEMINISTSICHE GOLF IN AANTOCHT
Deborah
Jongejan & Sebelan Kilic.
“Het
was een gesloten huis, waarvan we de luiken één voor één moesten
openbreken.” Zo beschrijft Opzij-hoofdredactrice Cisca Dresselhuys het
emancipatieproces dat in de late jaren zestig aanving. We keren terug naar dat
huis. Zijn alle luiken reeds opengebroken of is daar een Derde Feministische
Golf voor nodig?
Vrouwen
mogen niet alle opleidingen volgen. Vrouwen mogen bepaalde beroepen niet
beoefenen. Vrouwen stoppen met werken als ze eenmaal getrouwd zijn. Vrouwen
mogen geen abortus plegen en gaan bij illegale abortussen vaak dood. Het zijn
zaken die menig jonge Nederlander zich niet meer kan voorstellen. Toch was dit
in de jaren zestig aan de orde van de dag. Reden voor vrouwen én mannen om te
strijden voor de rechten van de vrouw. Zo werd in 1968 de vereniging
‘Man-Vrouw-Maatschappij’ opgericht, die gelijke rechten voor mannen en
vrouwen wilde bereiken. En in 1969 kwamen er ‘Dolle Mina’s’, die met
ludieke acties intraden voor de wettelijke acceptatie van anticonceptie en
abortus. Sisca Dresselhuys was van geen van beide organisaties lid. Ze was
journaliste en op die manier betrokken bij de Tweede Feministische Golf. Ze
streed voor emancipatie van vrouwen in de breedste zin van het woord. Vrijheid
en gelijkheid op het gebied van opleiding, werk en gezin. “Een deel van de
doelen is bereikt,” aldus Dresselhuys, “Vrouwen kunnen de opleidingen doen
en beroepen uitoefenen die ze willen. En de pil en abortus zijn inmiddels legaal
geworden. Toch is er nog genoeg om voor te strijden.”
Geen
zin om te werken
Allereerst
moet er voor vrouwen nog veel veranderen op het gebied van werk en zorg
binnenshuis. Uit onderzoeken van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP)
blijkt dat er nog steeds weinig vrouwen aan de top werken. Dat terwijl Nederland
veel vrouwvriendelijke regelingen kent, zoals recht op deeltijdwerk, recht op
vrije dagen als de kinderen ziek zijn en door de overheid betaald
zwangerschapsverlof. Toch zijn het vrouwen die vaak verzuimen. Dat komt wellicht
door de opvallend conservatieve opvattingen onder vrouwen, zo blijkt uit een
enquête van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI). De
helft van de ondervraagde studentes is van plan te stoppen met werken als ze
kinderen krijgen. Bovendien blijkt uit een vergelijkbaar onderzoek van het SCP
dat bijna de helft van de vrouwen en mannen vindt dat moeders van kinderen
jonger dan 5 jaar niet zouden moeten werken als dat betekent dat het kind naar
een kinderdagverblijf moet. Ook worden vrouwen in vergelijking met mannen vaker
arbeidsongeschikt. De instroom van vrouwen in de WAO is schrikbarend, vooral
onder jonge vrouwen die vaak last hebben van psychische klachten. 46 Procent van
alle WAO’ers is vrouw, terwijl vrouwen minder werken, zowel in aantal als in
uren. “Als Balkenende 2 doorgaat met de plannen om alle WAO’ers onder de 45
jaar aan een keuring te onderwerpen, worden veel vrouwen het slachtoffer. Die
vrouwen hebben vaak last van psychische klachten en dat wordt zo niet erkend.
Dat is weer een punt om voor te strijden.” aldus Dresselhuys. Weekblad
Elsevier stelde onlangs op grond van bovenstaande onderzoeksresultaten, dat
vrouwen helemaal geen zin hebben om de top te bereiken. Volgens Dresselhuys is
dat te kort door de bocht. “Nadat vrouwen kinderen gekregen hebben komen ze
vaak terug op de arbeidsmarkt. Als kinderen klein zijn, moeten vrouwen creatief
zijn om werk en moederschap te combineren.” Maar kunnen vrouwen dan nog wel de
top halen? Volgens Dresselhuys is dat wel degelijk mogelijk. “Niet met alle
banen natuurlijk, maar met andere wel. En de top bereiken kan ook op latere
leeftijd.”
Emancipatie
mislukt
Gezinssocioloog
Kees de Hoog, die verbonden is aan de Wageningen Universiteit, noemt de
emancipatie op het gebied van werk een mislukking. De sociale ongelijkheid is
tot nu toe alleen vergroot, zo stelt hij in Trouw. De Hoog constateert dat
vrouwen met een lagere opleiding veel minder financiële mogelijkheden hebben om
een baan en moederschap te combineren. Daardoor is hun keuzevrijheid beperkt en
zijn ze gedwongen een traditioneel patroon te blijven volgen, oftewel te stoppen
met werken of in deeltijd te werken na de geboorte van een kind. Als ze geluk
hebben, kunnen ze oma inschakelen om op het kind te passen. Dresselhuys denkt
dat dit probleem opgelost kan worden door meer kinderopvang te organiseren en
het betaalbaar te maken. “Lager opgeleide vrouwen hebben meestal minder geld
te besteden. Het is dus zaak om kinderopvang ook voor hen betaalbaar te maken.
Het zou bijvoorbeeld betaald kunnen worden door werkgevers of afgetrokken kunnen
worden van de belasting.” De Hoog stelt voor de kinderbijslag afhankelijk te
maken van het gezinsinkomen.
Werken
is taboe
Maar
een Derde Feministische Golf is niet alleen noodzakelijk om de combinatie werk
en gezin te verbeteren. Dresselhuys voorziet ook een emancipatiestrijd onder
allochtone vrouwen. “Het zou dezelfde strijd moeten worden die wij in de jaren
’60, ’70 en ’80 gevoerd hebben, maar dan aangepast en in allochtone
kringen.” En daarmee snijdt de hoofdredactrice van Opzij een lastig onderwerp
aan. Toen Ayaan Hirsi Ali (nu VVD-kamerlid) emancipatie onder moslimvrouwen in
de openbaarheid bracht, viel bijna de gehele moslimgemeenschap over haar heen.
Hirsi Ali moest zelfs onderduiken, omdat ze ernstig bedreigd werd. Geen reden om
het onderwerp te vermijden, vindt Hirsi Ali. In NRC-Handelsblad pleitte zij voor
een Derde Feministische Golf. ‘Het
gaat bij deze Derde Golf niet om formele rechten. Die zijn er al in Nederland.
Het gaat om een mentale omslag in de opvattingen over seks en seksualiteit
binnen ethnische- en geloofsgemeenschappen die op de een of andere manier niet
zijn meegegaan op de golven van de eerste en tweede emancipatiestrijd.’
schrijft Hirsi Ali. Maar als een moslimvrouw af wil van de traditionele
opvattingen die haar klem houden, kan zij nogal wat hindernissen tegen komen. Zo
is er de angst voor huiselijk geweld en uitstoting, sociale isolatie en
eenzaamheid.
Ook
de Internationale Vrije Vrouwen Stichting (IVVS) heeft de moeilijkheid van het
doorbreken van de traditionele opvattingen binnen een moslimgemeenschap
onderzocht. Uit hun onderzoeken
is gebleken dat de sociale situatie van verschillende groepen allochtone vrouwen
wordt gekenmerkt door vele beperkingen. Binnen het gezin zijn vrouwen
verantwoordelijk voor het huishouden. Daarnaast moet de vrouw kinderen baren en
daar zorg voor dragen, waarbij ze ook de zorg voor haar man niet mag laten
schieten. De vrouw hoopt dan dat haar man ook haar goed zal behandelen. Helaas
wordt geweld of vernedering niet altijd geschuwd. Het feit dat allochtone
gezinnen, die meestal uit meer dan zes personen bestaan, vaak in kleine woningen
opeengepakt zijn, levert veel stress op. Buitenshuis werken is taboe, het wordt
zelfs als zondig gezien. Onder andere daardoor komen veel allochtone vrouwen in
een sociaal isolement terecht. Doordat ze vaak slecht Nederlands spreken zijn ze
genoodzaakt met vrouwen om te gaan die in dezelfde situatie verkeren.
Religie
vormt belemmering
Maar
het probleem gaat nog dieper. Bij veel vrouwen ontbreekt het besef van een
rechtstaat, zoals die in Nederland bestaat, net als het besef van politieke
steun en democratie. Dit komt doordat vrouwen in verband met de taalbarrière de
ontwikkelingen in Nederland niet kunnen volgen. En er is nog een muur
opgeworpen, waar erg moeilijk doorheen te breken valt. De culturen zijn erg
gesloten en er heerst een sterke behoudendheid. Taboes zijn, anders dan onder
Nederlanders, nog volop aanwezig.
Religie
kan vaak een belemmering vormen voor emancipatie. Dat geldt niet alleen voor
moslims, maar ook voor christenen. Vrouwen mogen van de SGP bijvoorbeeld nog
steeds geen leidinggevende functies bekleden. Dat is nogal in strijd met artikel
1 uit de grondwet, namelijk: niet discrimineren op grond van geslacht. Zelfs
behoudende christenen kunnen dus een emancipatiegolf gebruiken.
“Fundamentalistische moslims, joden of christenen leggen hun heilige boeken op
zo’n manier uit, dat ze vrouwen kunnen onderdrukken.” vindt Dresselhuys. De
religie van allochtone vrouwen is hoofdzakelijk de Islam. Uit de
onderzoeksresultaten van de IVVS blijkt dat moslimvrouwen in de greep zijn van
hun religie en de sociale druk die daaraan verbonden is. Er is weinig ruimte
voor discussie of de individuele beleving van het geloof. Er wordt vaak
krampachtig vastgehouden aan bestaande religieuze regels, waarden en normen.
Vrouwen accepteren vooralsnog hun situatie, omdat ze het zien als soort
lotsbestemming. Hirsi Ali in NRC-Handelsblad: ‘Ik pleit er niet voor, en heb
dat nooit gedaan, dat moslims hun geloof afzweren. Het gaat mij om inzicht in de
negatieve en beperkende doorwerking van het geloof in de sekseverhoudingen. Het
gaat me om het huiselijk geweld dat door het geloof min of meer is gelegitimeerd
en om het verlangen naar een radicale islamitische heilstaat met daarin een
troosteloze positie van de vrouw.’
Oplossingen
aanreiken
Het
is de Nederlandse mannen en vrouwen in de jaren zestig gelukt – hoe kan het
ook allochtone mannen en vrouwen lukken luiken open te breken van een dicht
huis? Met andere woorden: hoe kan de Derde Feministische Golf in gang worden
gezet? Dresselhuys: “Door er aandacht aan te schenken. Zoals Ayaan Hirsi Ali
het heeft aangepakt, als geëmancipeerde moslimvrouw in de openbaarheid
treden.” De IVVS is bereid te bemiddelen. Dat het emancipatieproces onder
grote groepen allochtone vrouwen niet op gang komt, heeft te maken met het feit
dat er een gebrek is aan kennis, opleiding en durf om zaken bespreekbaar te
maken. Er moet dus van buitenaf geholpen worden om een feministische golf onder
allochtone vrouwen op gang te helpen. Ondanks de grote verscheidenheid aan
Nederlandse instellingen, die als doel hebben het bevorderen van integratie en
emancipatie, lijkt dit niet te lukken. De IVVS
stelt
dat te vaak wordt gedacht dat ‘het allemaal wel goed zal komen, zolang er van
alles wordt aangeboden’. Gezien de slechte resultaten van allerlei
instellingen in de afgelopen jaren, dient er actief ingespeeld te worden op
zaken die groepen vrouwen bezighouden. De IVVS wil daarom vrouwencentra
oprichten om kennis en ervaringen over te brengen op allochtone vrouwen, door ze
actief op te zoeken en oplossingen aan te reiken voor hun problemen. “Maar,”
zo stelt Dresselhuys terecht, “mannen moeten natuurlijk wel mee emanciperen,
anders werkt het niet. De rol van de man, zowel bij autochtonen als allochtonen
is cruciaal voor emancipatie, veel belangrijker dan welke kinderopvang of
overheidsmaatregel dan ook.”
Bronnen:
-
“Nederland kent slechts ‘damesemancipatie’, prof. dr. Kees de
Hoog, Trouw,
14-05-2003
-
“Vrouwen, zeur niet”, Marike Stellinga, Elsevier,17-05-2003
-
“Derde emancipatiegolf: nu voor moslima’s”, Ayaan Hirsi Ali,
NRC-Handelsblad,
08-03-2003
-
Onderzoeksresultaten IVVS
Terug... |